Het koor van Niets zingt onhoorbaar

Plaats een reactie

Onhoorbaar, dat wil zeggen in de eigen voorstelling, zingt een koor. Toen ik als kind achter in de auto zat op weg naar mijn opa en oma zongen vrouwen in het geluid van de motor, en ze zongen tonen, langzame melodieën, hoge clusters en dat kon ik zelf beïnvloeden, zodat ik als het ware kon componeren met het geluid van de Volkswagen Kever motor. “Die Frauen Haben Gesungen” is een stuk dat ik ooit schreef. Voor 3 fluiten. Echter, Die Frauen Singen Noch Immer. In mijn hoofd, of in het jouwe. Probeer maar. Niet nadenken, of hard proberen. Laten gebeuren. Dat laat zingen.

Jan

Beveiligd: Proefbrief TA

Geef je wachtwoord om reacties te bekijken

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


Repetitieproces (1)

Plaats een reactie

Repeteren in het Koor van Niets, zo merk ik, volgt een heel aparte weg. Normaal is een repertoire vast te stellen, repetities te plannen en per stuk voor te bereiden, met inzicht op de te verwachten moeilijkheden en aandachtspunten. Bij het improviseren in het Koor van Niets gaat het, zo begrijp ik, om een aantal stappen, die niet noodzakelijkerwijs ná elkaar genomen worden:

  1. verkrijgen van een eigen positie
  2. verkennen van materiaal en mogelijkheden
  3. leren luisteren
  4. leren reageren
  5. leren opmerken/voelen/impulsen volgen hoe ‘het’ in je reageert op wat gehoord, gezien en ervaren wordt
  6. leren klank in de tijd te horen en ontdekken van patroon, structuur, of ‘eigenschappen’ van de muziek
  7. vertrouwd raken met de eigen stem en erop vertrouwen dat die stem goed is om te zingen wat je wilt zingen

Ik zal hieronder proberen uiteen te zetten hoe ik dit allemaal zie. Voor mij heel belangrijk is om te vermelden dat ikzelf ook zo’n rijtje heb. Bij het ‘aanwezig’ zijn hoort het vertrouwen dat het komen zal en zodoende improviseer ik op de repetities wat er te doen valt. Ik moet volgen wat me ‘toevalt’ en er zijn momenten waarop ik ik het even echt niet weet. Dan, heb ik gemerkt, weet een ander het vaak wél!

1) Verkrijgen van een eigen positie

Een eigen positie wil -denk ik- zoveel zeggen als weten dat je er bent, waar je bent, en dat je aanwezig bent hier en nu. In relatie, dus daar waar we in contact zijn met anderen of de buitenwereld, zijn we zeer veranderlijk. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat we zozeer van plaats veranderen, en van eigenschappen, dat we ons in een wolk, of veld bevinden (denk aan het Oud-Griekse Panta Rhei – Alles stroomt). Ergens. Het is niet verkeerd om jezelf als een wolk te benoemen. Toch voelen we ons een geheel meestal, en iets dat individu is. Dat is ons construct van een innerlijk adres, omdat we zoń behoefte hebben aan duidelijkheid en vastigheid. De eigen positie is dus een steeds bewegende stroom. Het is niet makkelijk om jezelf als een stroom of wolk te beschouwen, maar als je wilt improviseren is het wel helpend, want meebewegen met wat is is gemakkelijker als je al in beweging bent. Als je geen fixe positie hebt kun je wel het besef hebben dat je bent, alleen niet waar. Uiteindelijk is de presentie het enige dat constant kan zijn. Het verkrijgen van een eigen positie is daarmee misschien ook wel het opgeven van de notie een positie te kunnen hebben. In het improviseren, zeker in het begin, kan verwarring ontstaan over wat je nu eigenlijk aan het doen bent. Je zou dat een des-identificatie kunnen noemen, en daarmee begeef je je in ‘het veld’. Dat is een staat die je kunt leren uit te houden, door de onzekerheid heen. Daarna voelt het als ruimte (tenminste bij mijzelf).

2) Verkennen van materiaal en mogelijkheden

“Muziek is alles dat je als zodanig waarneemt” is een quote van 30 jaar geleden die ik me herinner uit de tijd dat ik les gaf aan het Propedeutisch jaar van de Vrije Hogeschool, destijds een avant-garde voor adolescenten die oriëntatie zochten op hun leven. Waarnemen is ook hier het Alfa en Omega van het kunstje. Waarnemen, gewaar zijn, bewustzijn. Materiaal is behalve dat wat klinkt ook dat wat ‘verstaan’ wordt, en wellicht ook de intenties, bewegingen, gevoelens, reactiemogelijkheden, weerstanden, sympathieën. In het repetitieproces doen we veel oefeningen waarmee ik bedoel zing-opdrachten, of reactie- of bewegings-opdrachten. Het is het creëren van situaties die ingang bieden tot waarneming, ieder op een eigen manier. We meten dergelijke waarnemingen en onze reacties daarop vaak af aan onze ervaringswereld, en plaatsen de waarneming in het grotere kader daarvan. Door veel en intensief zulke oefeningen te doen kun je leren los te komen van deze geschiedenis. Het is helemaal niet gezegd dat de uitkomst van dit proces is dat je als zanger een enorm breed palet aan mogelijkheden, technieken en fantasieën verworven hebt. Dat is zo persoonlijk. Sommigen ontwikkelen een uiterst eenvoudige stijl, anderen een complexe stijl. Alles is mogelijk, afhankelijk ook van interesse, talent en intelligentie. Wat voor ons allen hetzelfde is lijkt me, is het proces van openen, gevoelig worden, keuzemogelijkheden verwerven en het ontwikkelen van bereidheid om de wolk in te gaan. Juan de la Cruz zou misschien zeggen “De Wolk van het Niet-Weten.”

3) Leren luisteren

Een bevriende arts zei me eens dat je luistert met je hele wezen. Hij bedoelde misschien dat hij waarnam dat je als mens lijkt te reageren vanuit een ruimere perceptie dan de klank alleen. Een musicus weet misschien dat de hele klank veel meer is dan wat er daadwerkelijk klinkt. Als musicus leer je luisteren naar dat geheel, en je laat dát klinken uit dit geheel dat op dat moment wil klinken. Ook daar ben je als het ware doorlaatbaar voor het geheel, en filter je wat het moment vraagt voor de klank. Het leren luisteren gaat, zo ervaar ik, veel verder dan het horen. Ik moet echter wel willen luisteren: vaak tref ik mezelf aan in een situatie waarin ik niet bereid ben present te zijn bij wat ik hoor. Daarmee doe ik die werkelijkheid geweld aan, maar vaak kan ik niet anders, omdat ik de liefde niet heb om daar en dan echt te luisteren. Moment na moment al decennia lang leer ik steeds een heel klein beetje beter luisteren. Ik ben met het Koor van Niets begonnen omdat ik me realiseer dat ik in dit proces de Ander zo nodig heb.

4) Leren reageren

Ik heb een tijdje Aikido beoefend en daarin werd ons geleerd dat een op jou uitgeoefende kracht niet hoeft te worden geabsorbeerd, maar dat je die kracht met zijn eigen energie kunt keren. In die zin kun je als zanger loskomen van wat een klank, of klankproces in je teweeg brengt, en de energie ervan van een nieuwe beweging voorzien, en tot uitdrukking brengen. Toch is het heel zinvol om ook te absorberen, want aan je reactie leer je waar je ruimte is, en waar je krampen. Observeren van je eigen reacties lijdt tot het vermogen vrijer te kunnen omgaan met wat er tot je komt in de klank, in de structuren en de verhalen. Je wordt objectiever. De fenomenen worden meer als neutrale gebeurtenissen die gevolgd kunnen worden door andere gebeurtenissen.

5) Leren opmerken/voelen/impulsen volgen hoe ‘het’ in je reageert op wat gehoord, gezien en ervaren wordt

Het objectiever worden is niet vrij van gevoelens. Integendeel, de gevoelens worden vrijer van de e-moties, in die zin dat emoties zelfuitspraken zijn, en gevoelens een verfijnd waarnemingszintuig voor de eigenschappen van de fenomenen. Je kunt leren om, met behulp van je waarnemingsoriëntatie (ben je een denker, een voeler, of een doener?) vrijer, en losser van je zelfbesef, te handelen, te structureren en te voelen in de muziek die samen met anderen ontstaat. Het grotere geheel van die muziek wordt als een ‘het’ in jou actief, en zingt je.

6) Leren klank in de tijd te horen en ontdekken van patroon, structuur, of ‘eigenschappen’ van de muziek

Als je tijdens het zingen of geluid maken in jezelf ‘een stap terug doet’ dan kun je het geheel gaan waarnemen, ook al hoor je niet steeds alles wat er gebeurt. Eigenlijk maak je van je oren, en je aandacht ook een wolk die om het geheel van mensen dat zingt heen is, en een geheel gewaar wordt. Dat kun je oefenen. Ga eens in een stadscentrum, of andere plek waar veel verschillend geluid is dat niet samen bedoeld is te zijn staan. Dan kun je je aandacht verruimen tot een koepel van wel 400-500 meter. Alles wat daarbinnen klinkt kun je horen als een bijdrage aan een compositie die speciaal voor jou wordt gespeeld. Je gaat dan echt heel anders luisteren, en het geluid dat je hoort houdt op afvalgeluid te zijn. Je kunt windgeruis, vogels, motoren, claxons, geroep, telefoons die afgaan…. gaan beluisteren alsof het instrumenten zijn, waar Iets op speelt.

7) Vertrouwd raken met de eigen stem en erop vertrouwen dat die stem goed is om te zingen wat je wilt zingen

Dat leer je samen met de anderen.

Presentie (2)

1 reactie

… Senge et al schrijven over presentie als een ‘laten komen’. Iets toelaten betekent dat je een poort moet hebben waar dit iets naar binnen kan. Die poort noem ik een bereidheid. Daaraan ligt een beslissing ten grondslag om de gebruikelijke grond van je eigen bestaan te verruimen in onbekende richting (eigenlijk rondom). Daarvoor heb je vertrouwen en overgave nodig. Maar eerst kun je angst ontmoeten – bijvoorbeeld in de vorm van onzekerheid, irritatie, afsplitsing, verzet, -

Bij deze fenomenen van vermijding kun je óók present (aanwezig) zijn. Vanuit die presentie kun je dan tot expressie komen, tot vorm. Zo kan hetgeen dat vanuit  de diepte klinkt ook letterlijk gaan klinken in je stem, of in bewegingen van je lichaam.

In zekere zin is er steeds de weg naar binnen, en dan ook de weg naar buiten, naar de vorm. Deze bewegingen kunnen heel hectisch zijn, of schokkerig, of heeeel langzaam. Ademen is een mooie ingang om te voelen hoe deze beweging kan verlopen als zij in balans is, in rust, maar ook (zoals bij astma) gehinderd.

Presentie bij wat komen wil en daaraan dienstbaar te zijn maakt je tot instrument van het Geheel.

Mijn ervaring is dat dit leidt tot een muziek die klinkt als een mobile (de vaak compexe driedimensionele sculpturen, bestaande uit hangende en beweegbare onderdelen. De bewegingen van de onderdelen bepalen de bewegingen van het Geheel en het Geheel geeft haar onderdelen een Plaats, een Ruimte en een Dynamiek… uitgevonden door Alexander Calder zie http://calder.org/).

Present zijn in het zingen binnen het Koor van Niets houdt in het gewaarworden dat het ‘ik zing’ gaandeweg tevoorschijn komt als een ‘ik zing mee’ en dat dan het ‘ik word gezongen’ een verruiming erbij betekent die plotseling doet luisteren naar het Geheel, als in een ruimere dimensie zich uitzingend.

Presentie – (1)

Plaats een reactie

Ik wil hier citeren uit het boek “Presence” van Senge, Scharmer, Jaworski en Flowers (2004) ISBN-13 978-1-85788-355-8.

De aanleiding is het werken binnen het Koor van Niets vanuit ‘het grotere dat zich uitdrukt in het kleinere’.

“Voor Goethe was het Geheel iets dynamisch en levends dat voortdurend tot vorm komt in contrete manifestaties. Een deel is op zijn beurt een manifestatie van het geheel in plaats van er slechts een onderdeel van te zijn. Het één bestaat niet zonder het andere. Het Geheel bestaat door zich voortdurend uit te drukken in de delen, en de delen bestaan als belichaming van het Geheel.

De uitvinder Buckminster Fuller was er dol op om zijn hand omhoog te houden en dan aan de mensen te vragen ‘Wat is dit?’ Altijd gaven ze ‘een hand’ ten antwoord. Daarna legde hij uit dat een hand bestaat uit cellen waarvan er voortdurend sterven en  nieuwe ontstaan. Wat durend lijkt blijkt voortdurend te veranderen: de hand is binnen een jaar compleet nieuw. Dus, als we een hand zien -of ons hele lichaam of elk willekeurig levend systeem- als een statisch ‘ding’, dan hebben we het mis. ‘Wat je ziet is niet een hand,’ zei Fuller. ‘Het is een patroon-heelheid (Pattern-Integrity), het vermogen van het Universum om handen te creëren.’

Voor Fuller was deze patroon-heelheid het geheel waarvan elke afzonderlijke hand een concrete manifestatie is. Bioloog Rupert Sheldrake noemt het onderliggende organizerende patroon het vormveld van het organisme. ‘In zelfregulerende systemen, op alle niveau’s van complexiteit,’ zegt Sheldrake, ‘is er een Heelheid die rust in een karakteristiek organizerend veld van dat systeem, het morfogenetische (vormgenererende) veld. Bovendien, zegt Sheldrake, breidt het scheppingsveld van een levend systeem zich in haar omgeving uit en verbindt zodoende die twee. Bijveerbeeld, elke cel bevat identieke DNA-informatie voor het grotere organisme, en toch specialiseren cellen zich als zij uitrijpen – tot oog-, hart-, of niercellen. Dit gebeurt omdat cellen een soort sociale identiteit ontwikkelen afhankelijk van hun onmiddellijke omgeving en wat nodog is voor de gezondheid van het grotere organisme.

…… De sleutel tot diepere niveau’s van leren is dat de grotere levende Gehelen waarvan wij deel uitmaken niet vanuit zichzelf statisch zijn. Zoals alle levende wezens bewaren zij eigenschappen die essentieel zijn voor hun bestaan, en trachten zij tevoorschijn te treden. Als we ons meer bewust worden van het dynamische Geheel dan worden we ons ook meer bewust van wat tevoorschijn komt. Jonas Salk, de uitvinder van het polio-vaccin had het over het aanhaken aan de voortdurend zich ontvouwende ‘dynamisme’ van het universum, en over het ervaren van haar evolutie als ‘een levendig proces dat…. ik kan gidsen door de keuzes die ik maak.’ Hij voelde dat deze vaardigheid het hem mogelijk maakte gebruikelijke inzichten te vermijden en aldus een vaccin te ontwikkelen dat uiteindelijk miljoenen levens zou sparen.

… W. Brian Arthur, econoom aan het Santa Fé Instituut stelde: ‘elke diepe innovatie is gebaseerd op een reis naar binnen, op een tocht naar een diepte waar weten aan de oppervlakte komt. Deze reis naar binnen ligt ten grondslag aan alle scheppingingskracht, in de kunsten, in bedrijven, in wetenschap.

…. Het kernvermogen om je het veld van de toekomst toe te wenden is aanwezigheid. We dachten eerst dat aanwezigheid volledig bewustzijn en gewaarzijn in het Nu inhoudt. Daarna begonnen we aanwezigheid te erkennen als diep luisteren, open zijn voorbij je vooringenomenheden en historische wijzen van begrijpen. We gingen het belang  verstaan van het ‘laten gaan’ van oude identiteiten en de behoefte te beheersen, en van het maken van keuzes om de evolutie van het leven te dienen, zoals Salk zei. Tenslotte gingen we inzien dat al die aspecten van aanwezigheid leiden tot een staat van ‘laten komen’, van onophoudelijk deelnemen in een ruimer veld van verandering.

Deze citaten maken iets duidelijk over die wezenlijke Alles-Niets paradox die ten grondslag ligt aan het koor van Niets. Instrument zijn in het koor is steeds een nederige oefening in aanwezig zijn.

3 december, korte workshop Koor van Niets

Plaats een reactie

Tijdens een seminar over de film “As it is in Heaven” zal Jan Goorissen een workshop van 90′ leiden. Zie op bureauslavenburg.nl

Wat is Niets?

Plaats een reactie

30 oktober 2009

Eerste Blog vanuit het Koor van Niets.

Wat is Niets?

Grote vraag van nieuwe deelnemers aan het koor van Niets: “wat doen jullie dan?”

Daarvoor even terug in de tijd, naar het moment van ontstaan van het koor. Eerder dit jaar volgde ik (Jan Goorissen) een workshop bij Giep van Werven. Ik raakte in gesprek met een deelnemer die me vroeg wat ik zoal doe. Hij zei dat het hem opviel dat mijn ogen zo begonnen te glinsteren bij het vertellen over geïmproviseerde muziek met groepen. Al het andere leek hem fijn, zinvol, prachtig, geïnspireerd, soms verdrietig… maar dat zingen met anderen… “vertel daar eens wat meer over?”

Centraal thema in de workshop was ‘Terug naar de Oorsprong”. Giep noemt de Oorsprong het Niets (of Alles). Gaandeweg de workshop kwam de sterke kriebel in me op een koor te gaan beginnen: het Koor van Niets. “Wat mooi, een koor waarin Alles mogelijk is!” zei Giep. En zo geschiedde.

Hoe kom ik aan leden? “Die komen zich wel voorstellen, en je zal vaak mensen mogen ‘plukken’ voor het koor.”

Vanuit Niets komen zangers, niet  wetend waarom precies, en wat hen te wachten staat. We improviseren, zo mogelijk zonder leidraad, in openheid naar wat Is, en naar wat er in ons gebeurt.

En het wonderlijke is dat dit Niets zich gaat uitdrukken in ‘iets’. De verrassing wordt gevormd door de steeds weer iets andere, soms ingrijpende klank- en ruimteprocessen, en wat dat met ons doet. Openen voor Niets openbaart; in de zin van het Oud-Griekse woord Energeia: de zich uitdrukkende (openbarende) Kracht.

Zingen vanuit Niets kan een spel zijn van Kracht en Balans, Openen en Sluiten, evolueren en involueren, snappen en gewoon maar doen, vreugde en ontroering.

Wat we ‘doen’ is: Het zingen laten.

Jan Goorissen

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.