Repeteren in het Koor van Niets, zo merk ik, volgt een heel aparte weg. Normaal is een repertoire vast te stellen, repetities te plannen en per stuk voor te bereiden, met inzicht op de te verwachten moeilijkheden en aandachtspunten. Bij het improviseren in het Koor van Niets gaat het, zo begrijp ik, om een aantal stappen, die niet noodzakelijkerwijs ná elkaar genomen worden:
- verkrijgen van een eigen positie
- verkennen van materiaal en mogelijkheden
- leren luisteren
- leren reageren
- leren opmerken/voelen/impulsen volgen hoe ‘het’ in je reageert op wat gehoord, gezien en ervaren wordt
- leren klank in de tijd te horen en ontdekken van patroon, structuur, of ‘eigenschappen’ van de muziek
- vertrouwd raken met de eigen stem en erop vertrouwen dat die stem goed is om te zingen wat je wilt zingen
Ik zal hieronder proberen uiteen te zetten hoe ik dit allemaal zie. Voor mij heel belangrijk is om te vermelden dat ikzelf ook zo’n rijtje heb. Bij het ‘aanwezig’ zijn hoort het vertrouwen dat het komen zal en zodoende improviseer ik op de repetities wat er te doen valt. Ik moet volgen wat me ‘toevalt’ en er zijn momenten waarop ik ik het even echt niet weet. Dan, heb ik gemerkt, weet een ander het vaak wél!
1) Verkrijgen van een eigen positie
Een eigen positie wil -denk ik- zoveel zeggen als weten dat je er bent, waar je bent, en dat je aanwezig bent hier en nu. In relatie, dus daar waar we in contact zijn met anderen of de buitenwereld, zijn we zeer veranderlijk. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat we zozeer van plaats veranderen, en van eigenschappen, dat we ons in een wolk, of veld bevinden (denk aan het Oud-Griekse Panta Rhei – Alles stroomt). Ergens. Het is niet verkeerd om jezelf als een wolk te benoemen. Toch voelen we ons een geheel meestal, en iets dat individu is. Dat is ons construct van een innerlijk adres, omdat we zoń behoefte hebben aan duidelijkheid en vastigheid. De eigen positie is dus een steeds bewegende stroom. Het is niet makkelijk om jezelf als een stroom of wolk te beschouwen, maar als je wilt improviseren is het wel helpend, want meebewegen met wat is is gemakkelijker als je al in beweging bent. Als je geen fixe positie hebt kun je wel het besef hebben dat je bent, alleen niet waar. Uiteindelijk is de presentie het enige dat constant kan zijn. Het verkrijgen van een eigen positie is daarmee misschien ook wel het opgeven van de notie een positie te kunnen hebben. In het improviseren, zeker in het begin, kan verwarring ontstaan over wat je nu eigenlijk aan het doen bent. Je zou dat een des-identificatie kunnen noemen, en daarmee begeef je je in ‘het veld’. Dat is een staat die je kunt leren uit te houden, door de onzekerheid heen. Daarna voelt het als ruimte (tenminste bij mijzelf).
2) Verkennen van materiaal en mogelijkheden
“Muziek is alles dat je als zodanig waarneemt” is een quote van 30 jaar geleden die ik me herinner uit de tijd dat ik les gaf aan het Propedeutisch jaar van de Vrije Hogeschool, destijds een avant-garde voor adolescenten die oriëntatie zochten op hun leven. Waarnemen is ook hier het Alfa en Omega van het kunstje. Waarnemen, gewaar zijn, bewustzijn. Materiaal is behalve dat wat klinkt ook dat wat ‘verstaan’ wordt, en wellicht ook de intenties, bewegingen, gevoelens, reactiemogelijkheden, weerstanden, sympathieën. In het repetitieproces doen we veel oefeningen waarmee ik bedoel zing-opdrachten, of reactie- of bewegings-opdrachten. Het is het creëren van situaties die ingang bieden tot waarneming, ieder op een eigen manier. We meten dergelijke waarnemingen en onze reacties daarop vaak af aan onze ervaringswereld, en plaatsen de waarneming in het grotere kader daarvan. Door veel en intensief zulke oefeningen te doen kun je leren los te komen van deze geschiedenis. Het is helemaal niet gezegd dat de uitkomst van dit proces is dat je als zanger een enorm breed palet aan mogelijkheden, technieken en fantasieën verworven hebt. Dat is zo persoonlijk. Sommigen ontwikkelen een uiterst eenvoudige stijl, anderen een complexe stijl. Alles is mogelijk, afhankelijk ook van interesse, talent en intelligentie. Wat voor ons allen hetzelfde is lijkt me, is het proces van openen, gevoelig worden, keuzemogelijkheden verwerven en het ontwikkelen van bereidheid om de wolk in te gaan. Juan de la Cruz zou misschien zeggen “De Wolk van het Niet-Weten.”
3) Leren luisteren
Een bevriende arts zei me eens dat je luistert met je hele wezen. Hij bedoelde misschien dat hij waarnam dat je als mens lijkt te reageren vanuit een ruimere perceptie dan de klank alleen. Een musicus weet misschien dat de hele klank veel meer is dan wat er daadwerkelijk klinkt. Als musicus leer je luisteren naar dat geheel, en je laat dát klinken uit dit geheel dat op dat moment wil klinken. Ook daar ben je als het ware doorlaatbaar voor het geheel, en filter je wat het moment vraagt voor de klank. Het leren luisteren gaat, zo ervaar ik, veel verder dan het horen. Ik moet echter wel willen luisteren: vaak tref ik mezelf aan in een situatie waarin ik niet bereid ben present te zijn bij wat ik hoor. Daarmee doe ik die werkelijkheid geweld aan, maar vaak kan ik niet anders, omdat ik de liefde niet heb om daar en dan echt te luisteren. Moment na moment al decennia lang leer ik steeds een heel klein beetje beter luisteren. Ik ben met het Koor van Niets begonnen omdat ik me realiseer dat ik in dit proces de Ander zo nodig heb.
4) Leren reageren
Ik heb een tijdje Aikido beoefend en daarin werd ons geleerd dat een op jou uitgeoefende kracht niet hoeft te worden geabsorbeerd, maar dat je die kracht met zijn eigen energie kunt keren. In die zin kun je als zanger loskomen van wat een klank, of klankproces in je teweeg brengt, en de energie ervan van een nieuwe beweging voorzien, en tot uitdrukking brengen. Toch is het heel zinvol om ook te absorberen, want aan je reactie leer je waar je ruimte is, en waar je krampen. Observeren van je eigen reacties lijdt tot het vermogen vrijer te kunnen omgaan met wat er tot je komt in de klank, in de structuren en de verhalen. Je wordt objectiever. De fenomenen worden meer als neutrale gebeurtenissen die gevolgd kunnen worden door andere gebeurtenissen.
5) Leren opmerken/voelen/impulsen volgen hoe ‘het’ in je reageert op wat gehoord, gezien en ervaren wordt
Het objectiever worden is niet vrij van gevoelens. Integendeel, de gevoelens worden vrijer van de e-moties, in die zin dat emoties zelfuitspraken zijn, en gevoelens een verfijnd waarnemingszintuig voor de eigenschappen van de fenomenen. Je kunt leren om, met behulp van je waarnemingsoriëntatie (ben je een denker, een voeler, of een doener?) vrijer, en losser van je zelfbesef, te handelen, te structureren en te voelen in de muziek die samen met anderen ontstaat. Het grotere geheel van die muziek wordt als een ‘het’ in jou actief, en zingt je.
6) Leren klank in de tijd te horen en ontdekken van patroon, structuur, of ‘eigenschappen’ van de muziek
Als je tijdens het zingen of geluid maken in jezelf ‘een stap terug doet’ dan kun je het geheel gaan waarnemen, ook al hoor je niet steeds alles wat er gebeurt. Eigenlijk maak je van je oren, en je aandacht ook een wolk die om het geheel van mensen dat zingt heen is, en een geheel gewaar wordt. Dat kun je oefenen. Ga eens in een stadscentrum, of andere plek waar veel verschillend geluid is dat niet samen bedoeld is te zijn staan. Dan kun je je aandacht verruimen tot een koepel van wel 400-500 meter. Alles wat daarbinnen klinkt kun je horen als een bijdrage aan een compositie die speciaal voor jou wordt gespeeld. Je gaat dan echt heel anders luisteren, en het geluid dat je hoort houdt op afvalgeluid te zijn. Je kunt windgeruis, vogels, motoren, claxons, geroep, telefoons die afgaan…. gaan beluisteren alsof het instrumenten zijn, waar Iets op speelt.
7) Vertrouwd raken met de eigen stem en erop vertrouwen dat die stem goed is om te zingen wat je wilt zingen
Dat leer je samen met de anderen.